Adres

Oudegracht 245A
 3511NL Utrecht Nederland

Monumentstatus
Rijksmonument
Transformatiejaar
2025
Oude functie
Klooster
Weeshuis
Nieuwe functie
Hotel
Restaurant

Dineren op het podium van de Red Hot Chili Peppers, Prince en Pearl Jam

Prince, Pearl Jam, Red Hot Chili Peppers, Queens of the Stone Age, Nirvana en nog veel meer bands en artiesten stonden op het podium van Tivoli aan de Oudegracht in Utrecht. Het poppodium kwam voort uit de kraakbeweging begin jaren tachtig en groeide uit tot een internationaal bekende uitgaansgelegenheid. Menig muziekliefhebber uit binnen- en buitenland bezocht de afgelopen decennia het rijksmonument dat door de eeuwen heen diende als klooster, weeshuis, vakbondsgebouw en uiteindelijk dus poppodium. Tivoli sloot in 2014 zijn deuren, maar sinds 2025 kunnen gasten er weer terecht. Nu voor het hotel, het restaurant en de kinderopvang die er zijn gevestigd.

Toen Tivoli in 2014 zijn deuren aan de Oudegracht sloot, ging het samen met Muziekcentrum Vredenburg in een nieuw gebouw verder onder de naam TivoliVredenburg. Gemeente Utrecht besloot het eeuwenoude monument te verkopen. In 2018 won Stadswaarde de aanbesteding, en verwierf daarmee eeuwigdurende erfpacht. Stadswaarde liet kosten nog moeite gespaard om van het 5.250 vierkante meter tellende complex een eigentijdse horecagelegenheid te maken. 

Het complex heeft nu diverse functies, die allemaal bijdragen aan de vrije toegankelijkheid van het monument: kinderopvang, bar-restaurant Union House en Boetiekhotel Utrecht Centrum (Conscious Hotels). Het is nu een bruisende ontmoetingsplek waar heerlijk eten, overnachten en ontmoeten samenkomen. Beneden vind je het restaurant met binnentuin, een wijnbar met uitzicht op het iconische podium en ruimte voor groepen. Op de verdiepingen zijn 46 hotelkamers gerealiseerd.

Om van het 750 jaar oude gebouw een multifunctioneel complex van deze tijd te maken, moest flink wat werk worden verzet. Fleur Duijsens van Stadswaarde vertelt: ‘Aangezien het pand al jarenlang niet meer intensief was gebruikt, besloten we te starten met de renovatie en verduurzaming van de schil van het pand. Voor de renovatie hebben we Bonth van Hulten uit Nieuwkuijk gevraagd en voor de verduurzaming Lok Installaties uit Amersfoort. Het ontwerp is van Vocus Architecten uit Naarden.’
 

Het voorhuis, gelegen aan de Oudegracht, fungeert nu als receptie en lobby voor het pand en het hotel. Doordat het gebouw in de loop der eeuwen verschillende functies vervulde, zijn er door de jaren heen allerlei muren, hokjes en kamers in gebouwd. Door die ‘op te ruimen’, zijn nu de kloostertuin en kloostergang weer herkenbaar. De kloostertuin is verbonden met de begane grond van de Kloosterzaal, met een restaurant op de begane grond en een wijn- en cocktaillounge op het balkon.

SUCCESFACTOREN EN AANDACHTSPUNTEN

Podium en andere historische elementen behouden


Als heilige grond, zo zien de gasten van ons restaurant het podium waar vroeger de pop- en rocksterren stonden. Mensen twijfelen gewoon om een voet op het podium te zetten, 

vertelt Peter Paul Swijnenburg met gepaste trots. Hij is eigenaar van horecagelegenheid Union House in voormalig Tivoli. Samen met partners Stadswaarde (eigenaar van het complex) en Conscious Hotels (de keten waar Boetiekhotel Utrecht Centrum deel van uitmaakt) deed hij er alles aan zo veel mogelijk historische details te behouden en in het nieuwe interieur terug te laten komen. ‘Wat het podium betreft’, vervolgt Swijnenburg zijn verhaal, ‘dat mag betreden worden. Sterker nog, er zijn 15 tafels beschikbaar óp het podium.’

Al bij binnenkomst in de lobby worden gasten direct meegenomen naar voorbije jaren, waarin fans oog in oog met hun popsterren stonden. Matteo Pez, locatiemanager van het boetiekhotel, vertelt: ‘Tijdens de verbouwing is een houten deur gevonden met daarop stickers van vele artiesten die hier zijn geweest. Die deur staat nu als historisch kunststuk in de lobby.’

Duijsens noemt de rijksmonumentale kroonluchters die door de eeuwen heen behouden zijn en nu opnieuw pronken in het restaurant. ‘Dat zijn echte blikvangers’, zegt ze. ‘Het glas-in-lood in de lobby vind ik overigens ook prachtig. Ook dat neemt bezoekers mee terug in de tijd.’

Dagelijks honderd bouwvakkers op de fiets naar Tivoli
Met zijn locatie midden in het centrum van Utrecht maakte Tivoli het de bouwvakkers niet gemakkelijk. ‘Allereerst moesten er dagelijks honderd medewerkers naar en van de bouw. Zij konden hun auto’s natuurlijk niet voor de deur zetten’, blikt Swijnenburg terug. ‘Voor hen is een grote parkeerplaats verderop in Utrecht gehuurd en met fietsen gingen de bouwvakkers naar Tivoli.

Behalve het op locatie krijgen van de bouwvakkers, vormde ook het aanleveren van materialen een grote uitdaging. ‘Met schepen via de gracht en met kleine vrachtwagens door het de straten van het stadscentrum hebben we het kunnen regelen’, zegt Duijsens. ‘Het meest uitdagend was het aanvoeren van de glazen constructie waarmee het dak boven de kloostertuin zou worden gevormd.’ Swijnenburg vult aan: ‘Die glasplaten zijn gebracht met een heleboel kleine busjes met aanhangers. Alles ging door de deur van de kloostergang, die een opening van slechts 1,50 bij 2 meter heeft.’

Uiteenlopende functies gaan goed samen
Stadswaarde heeft ten tijde van de tender goed nagedacht over de invulling van het complex. Er zou horeca komen, het monumentale gebouw zou weer openbaar toegankelijk worden en de kinderopvangorganisaties die er reeds huurden, konden blijven. ‘Met die uitgangspunten zijn we aan het puzzelen gegaan’, zegt Duijsens. ‘Gezien de enorme ruimte die het complex biedt, was het realiseren van woningen of hotelkamers een logische uitkomst. Wonen mocht niet en horeca was juist wel gewenst. Dus dat was een makkelijke keuze.’ Het restaurant en de bar versterken het hotel en andersom. 

De kinderopvang lijkt een vreemde eend in de bijt. Toch gaan de verschillende functies goed samen. ‘De dubbele beglazing in de hotelkamers werkt goed’, zegt Pez. ‘Onze gasten horen de kinderen niet wanneer die buitenspelen. Bovendien komen de kinderen aan de andere kant het gebouw binnen dan onze gasten. Die twee functies zijn dus echt gescheiden.’

Kloostergang als buitenruimte aanduiden
Gasten in een middeleeuws gebouw het comfort van de eenentwintigste eeuw bieden, vraagt om isolatie en verwarming. En dat vereist – zeker in zo’n groot complex – een flinke financiële investering. Daarom draaide Stadswaarde het vraagstuk om: ‘wat hoeven we níet te isoleren en verwarmen?’ ‘Aan het begin van de renovatie van Tivoli hebben we tegen elkaar gezegd: ‘we hoeven niet overal hetzelfde verwarmingsniveau te halen’’, zegt ontwikkelaar Jeroen Messemaeckers van de Graaff. ‘Als je besluit dat niet alles warm hoeft te zijn, maak je het jezelf een stuk makkelijker. Zo hebben wij ervoor gekozen om de kloostergang niet te isoleren en verwarmen. Vorstvrij is voldoende. Het is immers geen plek waar mensen verblijven; het is de doorgang van restaurant naar hotelkamers. Als gasten ergens anders uit eten gaan, doen ze toch ook hun jas aan, waarom dan niet hier? De binnentuin, die we van een dak met enkel glas hebben voorzien, beschouwen we qua comfortniveau als ‘strandtent’. Prima om daar in de avond met een dekentje te zitten.’
Deze creatieve vondsten hebben bijgedragen aan een indrukwekkend energielabel van A+++. ‘Tivoli heeft wél de enorme hoeveelheid vierkante meters, maar níet het enorme energiegebruik’, zegt de ontwikkelaar.

DUURZAAMHEID

Na de vraag wat níet hoefde te worden verduurzaamd, volgde de vraag: hoe kunnen we in de andere ruimtes de energievraag beperken? ‘Overal waar het monument het toeliet, hebben we geïsoleerd: alle daken en buitenwanden, behalve daar waar door isolatie vocht zou blijven hangen. Glas hebben we vervangen door hr++, kieren zijn gedicht en de ramen van hotelkamers zijn aan de binnenzijde voorzien van achterzetramen’, vertelt Messemaeckers van de Graaff.
Op de vraag wat de duurzaamheidsmaatregelen hebben gekost en wat daarvan de terugverdientijd is, heeft de ontwikkelaar geen antwoord. ‘We hebben niet eens gekeken hoe de businesscase zou zijn zonder isoleren. De eigenaren van Tivoli hebben vanuit intrinsieke motivatie de energievraag geminimaliseerd, dus echt voor het milieu. Het klimaatakkoord van Parijs kunnen we alleen met zijn allen halen. Als iedereen zijn best doet, komen we een heel eind.’ 

De exploitanten van het herbestemde Tivoli waren graag volledig van het gas af geweest, maar dat is nog niet gelukt. ‘Het meeste in het complex draait op elektriciteit. Behalve de grote energieverbruikers in de keuken: de oven, de bakplaat en het fornuis. Daarvoor hebben we een gasaansluiting’, vertelt Swijnenburg. ‘Op het dak van Tivoli liggen weliswaar 72 zonnepanelen waarmee een groot deel van de benodigde elektriciteit wordt opgewekt. Maar voor de pieken, zoals het diner, moet het restaurant zekerheid hebben.’ Duijsens voegt toe: ‘Als de netcongestie in Nederland wordt opgelost, kan Tivoli vast en zeker een grotere aansluiting op het elektriciteitsnet krijgen.’

Het gecontroleerd gebruiken van warmte is in het hele complex goed geregeld. ‘De airconditioning in de kamers heeft een beperkte ‘range’, van 18 tot 21 graden. Door die vrijwel constante temperatuur besparen we energie’, zegt Pez.
‘En we hebben stadsverwarming’, vervolgt Swijnenburg. ‘Dat is op zich al een duurzame manier van verwarmen. En we kunnen het makkelijk aanpassen op onze behoefte: harder, zachter of uit.’

FINANCIERING

Voor de herbestemming van het middeleeuwse Tivoli aan de Oudegracht was een substantiële financiering nodig. Een financiering die niet zomaar iedere bank verstrekt en zeker niet als enige financier. Triodos Bank en het Nationaal Restauratiefonds stelden voor om samen op te trekken, om de herbestemming en daarmee instandhouding van het complex veilig te stellen. ‘Deze twee financiers hebben in onderling overleg de zekerheden opgetuigd. Hoe ga je met de eerste en tweede hypotheek om? Ze zijn gelijkwaardig opgetrokken. Tot en met het opstellen van de aktes bij de notaris verliep alles in optimale samenwerking. We konden merken dat ze al eerder projecten samen hebben gefinancierd’, zegt Messemaeckers van de Graaff.

Het Restauratiefonds verstrekte twee financieringen: een laagrentende lening voor restauratie en verduurzaming en een lening met een marktconforme rente voor de aanschaf van het monument en de herbestemming. Provincie Utrecht verstrekte subsidie vanuit het Fonds Erfgoedparels, bedoeld voor de restauratie van rijksmonumenten binnen de provincie die geen woonhuis zijn. 

Messemaeckers van de Graaff is dankbaar voor de medewerking van provincie Utrecht, Restauratiefonds en Triodos. ‘Zonder externe financiering was dit project niet haalbaar geweest. Daarvoor is het simpelweg een veel te groot project. De laagrentende lening van het Restauratiefonds heeft ook een groot verschil gemaakt. Niet alleen vanwege de lage rente, maar ook vanwege de lange aflossingstermijn van 30 jaar. Die maakt het mogelijk om de investering over meerdere jaren te spreiden.’

CONTACT EN LINKS

Oudegracht 245A
3511 NL Utrecht

https://conscioushotels.com/stay/oudegracht-utrecht
https://www.unionhouse.nl
http://stadswaarde.nl 

 

Vind de juiste specialist voor uw monument in de SpecialistenWijzer op Monumenten.nl, met expertise in onderhoud, restauratie en verduurzaming. Voor elke klus een geschikte specialist met kennis van en hart voor monumenten.

Bouwjaar
1839
Architect (transformatie)
Vocus Architecten
Eigenaar
Stadswaarde eigenaar van het complex, Peter Paul Swijnenburg eigenaar Horeca;
Betrokken partijen
Bonth van Hulten, Lok Installaties, Vocus Architecten
Gebruiker(s)
Bar-restaurant Union House, boetiekhotel Utrecht Centrum (Conscious Hotels), kinderopvang
Monumentnummer
36543